23 May 2017,
Awearness Fashion

Facts & figures kledingindustrie

Kledingindustrie
Er wordt jaarlijks zo’n 80 miljoen kilo kleding geproduceerd. Wereldwijd zijn 30 miljoen mensen werkzaam in de textielindustrie. In de kledingindustrie werken mensen meer dan 10 uur per dag, 6 dagen in de week onder slechte omstandigheden.

Onverkochte kleding
De Nederlandse modesector houdt jaarlijks 21,5 miljoen kledingstukken over. Voor modewinkels betekent dit een omzetverlies € 313,5 miljoen. Winkels, groothandels en producenten blijven zitten met deze onverkoopbare kleding omdat ze trends verkeerd hebben voorspeld en de maat, pasvorm of kleur niet goed is.

Onverkochte kledingvoorraad zorgt voor omzetschade en zinloze milieu-impact, maar vreemd genoeg is tot nu toe nauwelijks onderzocht hoe groot dit probleem is. Daarom heeft onderzoeksbureau Conclusr in opdracht van MVO Nederland in 2016 een enquête gehouden onder 379 winkeliers en groothandelaren. Ook 70 buitenlandse kledingproducenten werden ondervraagd.

Daaruit blijkt dat 6,5% van alle nieuw geproduceerde kleding achterblijft bij producenten, groothandels en winkeliers. Deze broeken, T-shirts, jurkjes et cetera bereiken nooit de origineel beoogde consument. Het aandeel onverkochte kleding bij winkels is 4,2%. De voornaamste reden dat kleding onverkocht blijft is omdat het de verkeerde maat, pasvorm of kleur heeft.

Slechts twee derde wordt verkocht voor de originele prijs
De 4,2% onverkochte kleding is het restje dat overblijft na de Sale-periode. Daarin gaat 31% van alle kleding met kortingen tot 75% de winkel uit. 64,8% van alle kleding wordt verkocht voor de originele prijs. De jaarlijkse berg onverkochte kleding bestaat uit 21,5 miljoen stuks, waarvan 13,8 miljoen stuks achterblijven bij winkels. Dit betekent voor hen een omzetverlies van € 313,5 miljoen.

Winkeliers die weinig korting geven, blijken ook weinig onverkochte voorraad te hebben. Zij zijn blijkbaar beter dan anderen in het voorspellen van modetrends en het inkopen van de juiste kledingstukken. Veel korting geven kan een adequate maatregel zijn om van onverkochte kleding af te komen, maar het is geen goede strategie om het probleem te voorkomen.

Niet alle onverkochte kleding wordt vernietigd, zoals vaak wordt verondersteld. Het grootste deel wordt per kilo verkocht aan commerciële opkopers of geschonken aan goede doelen. Deze organisaties brengen de kleding opnieuw op de markt via outlets of ze verspreiden het in landen in Oost-Europa, Afrika en Azië.

Deel nieuwe kleding wordt vernietigd
Naar schatting 1,23 miljoen nieuwe, maar onverkochte kledingstukken worden jaarlijks vernietigd. Ongeveer de helft wordt gerecycled tot vilt, de andere helft eindigt in de verbrandingsoven. Een belangrijke reden voor modemerken om nieuwe kleding te vernietigen is om hun eigen markt niet te verstoren en hun imago te beschermen.

Onverkochte kleding voorkomen
Maatregelen die bedrijven kunnen nemen om onverkochte kleding te verminderen zijn vooral gericht op het dichter bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Sommige modebedrijven weten de tijd tussen productie en levering in te korten tot 15 dagen door ongeverfde stoffen op voorraad te houden en modeartikelen dicht op de afzetmarkt te produceren.

Hoe sneller de vraag van de consument bekend is, hoe beter een bedrijf op deze vraag kan inspelen. De snelheid van informatie in de keten kan verkort worden met ‘Electronic Data Interchange’. Daarbij wordt kassa-informatie uit de winkel dagelijks teruggespeeld naar groothandels en producenten, die daarop hun planning en productie kunnen aanpassen.

Grote winkeliers hebben bovendien de mogelijkheid om voorraden te verschuiven naar filialen waar een grotere vraag is naar een specifiek product. Zij houden minder onverkochte voorraad over dan kleine winkeliers.

Koopgedrag
De omzet van de kledingbranche (inclusief textielsupermarkten en winkels met modeartikelen) is momenteel ongeveer 10 miljard (Modint & ING), ongeveer 900 euro per Nederlander per jaar (CBS). Nederlanders zijn bereid ca. 10% meer te betalen voor een duurzaam kledingstuk. De gemiddelde levensduur van een kledingstuk is ongeveer 3 jaar. Voor fast fashion is dit korter. Sommige kleding wordt zelfs weggegooid na één keer dragen of wordt ongedragen weggedaan. Jaarlijks gooien we in Nederland samen zo’n 235 miljoen kilogram textiel weg, daarvan wordt ruim een kwart gerecycled. In 2020 wordt er verwacht dat een kwart van de kleding online wordt aangeschaft. Fysieke winkels gaan dienen als inspiratiebron voor de consument. Het verkopen van producten blijft voor de winkelier natuurlijk de focus, maar de klant wil voor meer komen. Winkelen wordt een beleving. De consument is meer en meer op zoek naar producten met een goed verhaal.

Milieu
De productie van kleding en haar grondstoffen is in een aantal gevallen zeer belastend voor het milieu. Een katoenen t-shirt kost 2700 liter water. De katoenproductie is verantwoordelijk voor 2,6% van het wereldwijde waterverbruik. De helft van alle textiel wordt gemaakt van katoenIn de kledingindustrie is het ‘veredelen’ van textiel het schadelijkst voor het milieu. Er wordt heel wat gekookt, gebleekt en gewassen om garens te versterken of te laten glanzen. Het verven van garens, stoffen en kledingstukken hoort ook bij veredeling. Sommige verfstoffen zijn zeer giftig. Andere hechten zich alleen aan textiel in combinatie met milieuvervuilende hulpstoffen zoals zware metalen. In veel ontwikkelingslanden komen die met het afvalwater in het milieu. Ook het printen van de opdruk, het wassen van jeans en de nabehandeling van kleding, bijvoorbeeld tegen kreuk of schimmel of voor brandvertraging, zijn processen waarbij veel chemicaliën en water wordt verbruikt. Iedere jeans van biologische katoen betekent een halve liter chemicaliën minder in het milieu.

Biologische katoen
In tegenstelling tot ‘gewone’ katoen wordt deze geteeld zonder pesticiden of ander landbouwgif. Biologische-katoenboeren werken met organische mest en doen aan natuurlijke gewasbescherming. Wisselteelt met andere gewassen is verplicht, waardoor minder bodemziektes en insectenplagen voorkomen. De vraag naar biokatoen stijgt, maar slechts ongeveer 0,2% van alle katoen die wordt geproduceerd is biokatoen. Verschillende soorten stoffen laten zich lastig vergelijken als het gaat om milieubelasting, maar katoen springt er duidelijk negatief uit: katoenteelt vergt erg veel water, bestrijdingsmiddel en energie. Een katoenen t-shirt kost 2700 liter water. De katoenproductie is verantwoordelijk voor 2,6% van het wereldwijde waterverbruik.
De helft van alle textiel wordt gemaakt van katoen. Gelukkig zijn er milieuvriendelijke stoffen zoals maïs, brandnetel, soja, hennep en milieuvriendelijke kunstmatige vezels zoals lyocell.

Leerindustrie
Veel dieren die eindigen in een tas, schoen hebben een leven geleid vol ongemak, pijn en stress. Het looien van 1 kilo leer in veel ontwikkelingslanden kost honderden liters water. Vaak wordt dit water vervolgens vol chemicaliën onverantwoord geloosd. Kinderen vanaf 12 jaar werken in de leerindustrie van landen als India, Bangladesh, Pakistan en Marokko.

Prijs
De katoenkosten van een kledingstuk bedragen ongeveer vijf procent. Biologische katoen kost ruwweg twintig tot dertig procent meer dan gangbare katoen. Dit betekent dat de consument uiteindelijk één à twee procent meer betaalt. Als een gewoon katoenen shirt €10 kost, dan betaal je voor de biologische variant €10,40. Van een t-shirt van €29,- gaat er maar 18 cent naar degene die ‘m maakte.

Afbeelding1

Arbeidsomstandigheden
Veel kleding wordt geproduceerd in lage lonen landen. Daar laten de arbeidsomstandigheden in de fabrieken vaak veel te wensen over. Wereldwijd zijn 30 miljoen mensen werkzaam in de kleding- en textielindustrie. Landen als China, India, Pakistan en Bangladesh zijn populair vanwege de zeer lage lonen. Arbeidskosten vormen een klein percentage van de kostprijs van een kledingstuk. Minder dan 10%, maar er kan altijd op bezuinigd worden. Kledingfabrieken in lagelonenlanden voldoen zelden aan de internationale arbeidsnormen; vooral kleine bedrijven onttrekken zich aan iedere controle. Daar werken mensen langer dan tien uur per dag. Heeft niemand een ziektekostenverzekering. Bestaat geen pensioenregeling. Is lid zijn van een vakbond verboden. Krijgen vrouwen minder betaald dan mannen. Heeft niemand een contract of vast salaris. Is er geen overurenvergoeding. Staan mensen bloot aan chemische stoffen en werken kinderen jonger dan 15 jaar.

0ff1c270-980d-4b7c-97c7-19c5e1182b41

Goedkoop en gevaarlijk
De kledingindustrie is de kurk waarop Bangladesh drijft. De sector tekent voor 17 procent van het nationale inkomen en voor ruim 78 procent van de totale export. Daarvan wordt 56 procent naar Europa uitgevoerd, en 26 procent naar de VS. Totale waarde: 11,5 miljard euro. Ook verschaft de bedrijfstak werk aan zeker 3,7 miljoen mensen, van wie 70 procent vrouwen, in de ca. 5000 kledingfabrieken en -ateliers rond steden als Dhaka en Chittagong.
Bangladesh is na China de tweede kledingleverancier. Onderzoeksbureau McKinsey voorspelt dat het land nog dit jaar China voorbij zal streven, en ook dat de kledingindustrie in 2015 in omvang is verdubbeld, en bijna verdriedubbeld in 2020. Bangladesh heeft een sterke concurrentiepositie doordat het spotgoedkoop en snel produceert.

De ruggengraat van de Bengaalse economie blijkt steeds weer een gevaarlijke werkomgeving te zijn: naast de recente rampen bij de Tazreen-fabriek en het Rana Plaza-gebouw kwamen tussen 2006 en 2009 volgens de brandweer 414 kledingarbeiders om in tenminste 213 fabrieksbranden. Sinds 2009 vielen minstens 165 dodelijke slachtoffers bij fabrieken die produceerden voor de internationale markt. En in de eerste twee maanden van 2013 raakten bij branden en bedrijfsongelukken zeker 591 mensen gewond en verloren in januari 2013 acht mensen bij Smart Export Garments het leven. Ook in de maand mei van 2013 ontstonden meerdere branden waarbij tenminste acht mensen omgekomen.

Stand van zaken in Bangladesh 2016
In 2016 zullen er honderden fabrieken sluiten. Lees meer in het artikel van Fashion United.

Imago
Modebedrijven worden steeds meer geconfronteerd met kritische maatschappelijke organisaties en consumenten die willen weten waar en hoe hun kleding gemaakt is. Er is een groeiende behoefte aan nieuwe producten en diensten die gemaakt en geleverd worden met respect voor mens en milieu. Het imago van duurzame en verantwoorde kleren was slecht, alles behalve hip en leuk, eerder geitenwollensokkenachtig. Deze situatie begint te veranderen.
De recente aandacht voor MVO en de constante lobby en acties van maatschappelijke organisaties zoals b.v. de Schone Kleren Campagne hebben veel consumenten en bedrijven in beweging gezet. Ontwerpers en andere betrokkenen bij de mode- en kleding keten beginnen met allerlei initiatieven die laten zien dat MVO en mode wel degelijk bij elkaar kunnen passen.
Stap voor stap wordt er bij allerlei bedrijven aan verbetering gewerkt. Nieuwe initiatieven komen van de grond, in Nederland maar ook elders in de wereld. Daarmee begint de modesector haar achterstand op dit gebied in te lopen. En dat is noodzakelijk want in de hele levenscyclus van een kledingstuk (vanaf de grondstoffen tot het afval) zijn sociale en ecologische thema’s van groot belang. Schatting is dat zo’n 25-30% van de Nederlanders tot het inzicht is gekomen dat het nodig is om het anders te doen en zich hier ook naar gedraagt. Dit zijn de zogenoemde cultural creatives (relationele ethiek).

Duurzaamheid bij kledingbedrijven
De merkenvergelijkingssite RankaBrand heeft 350 Nederlandse en Duitse kledingmerken doorgelicht op duurzaamheid. 63 procent van de bedrijven vindt een duurzaam beleid belangrijk (10 procent stijging ten opzichte van 2011) – wat niet betekent dat ze ernaar handelen. Slechts 2 van de mega-winstgevende bedrijven hebben ‘een begin gemaakt’ met het verhogen van loon.

Keurmerken 
Milieucentraal heeft voor de kledingindustrie een overzicht van keurmerken en de criteria die zij hanteren, zoals Made By en Oekotex. Het ene concentreert zich op milieu, het andere op eerlijke handel of arbeidsomstandigheden.

Aanbevolen links fair fashion:
MVO Nederland

Fairwear
Made By
Schone Kleren Campagne
Goede Waar
Milieucentraal
Talking Dress
Kiesduurzamemode.nu
Fashion Revolution
Rankabrand.nl
Eerlijk Winkelen

Bronnen:
One World, Bangladesh Knitwear Manufacturers & Exporters Association (BKMEA), Bron: Bangladesh’s Ready-Made Garments Landscape: The Challenge of Growth (dec 2012), Fatal Fashion van SOMO, MVO Nederland, Schone Kleren Campagne, Milieucentraal, ING, CBS, Modint, rapport ‘Mapping obsolete inventory in the Dutch clothing industry’

Laatst gewijzigd op: 2 augustus 2016

UA-23259673-1